De belastingaangifte voor aanslagjaar 2025 is op 26 maart 2025 verschenen in het Belgisch Staatsblad.
Wat de uiterste indieningsdata betreft: Hoe en wanneer de aangifte in de personenbelasting aanslagjaar 2025 indienen?
Het model ‘Voorbereiding van de aangifte’ inzake personenbelasting aanslagjaar 2025 (= de kladversie van de aangifte, het voorbereidingsformulier) bestaat traditioneel uit twee onderdelen (een deel 1 en voor sommigen ook een deel 2) en is eigenlijk de kladversie van de aangifte.
Net zoals vorig jaar, moet bij een gemeenschappelijk belast koppel de gegevens van de oudste echtgenoot/wettelijk samenwonende partner in de linkerkolom worden ingevuld en die van de jongste in de rechterkolom.
Net zoals vorig jaar, heeft de administratie voor aanslagjaar 2025, voor elk gewest zijn eigen versie van Deel 1 van de ‘Voorbereiding van de aangifte’ voorzien. De belastingplichtige vult de versie in van het gewest waar hij op 01.01.2025 zijn fiscaal domicilie heeft. Inhoudelijk verschillen de drie versies enkel van elkaar in het vak IX.I. (leningen en verzekeringen m.b.t. de eigen woning), X.I. (belastingverminderingen gewestelijk) en XI (uitgaven m.b.t. gewestelijke belastingkredieten) door het verschil in wetgeving in de materies waarvoor de gewesten bevoegd zijn. In deel 2 van de ‘Voorbereiding van de aangifte’ komen geen gewestelijke specifieke maatregelen voor zodat er maar 1 versie van is.
U kunt de nieuwe belastingaangifte aanslagjaar 2025 hier downloaden:
- Deel 1 - Vlaams Gewest - aangifte aanslagjaar 2025
- Deel 1 - Waals gewest - aangifte aanslagjaar 2025
- Deel 1 - Brussels hoofdstedelijk gewest - aangifte aanslagjaar 2025
- Deel 2 - aangifte aanslagjaar 2025
Hierna wordt ingegaan op de wijzigingen van het voorbereidend document.
- Meer info op ons dagseminarie aangifte personenbelasting en vennootschapsbelasting aj 2025 met Sophie Hugelier en Wim Van Kerchove op 29 april en 5, 6, 8 (volzet), 9, 12, 13, 16, 19 mei
- Meer info op onze livestream Aangifte personenbelasting Aj 2025 met Sophie Hugelier en Wim Van Kerchove op 28 april en 7, 15, 22 mei en 5 juni
- Meer info op onze grondige opfrissing personenbelasting AJ 2025 in 4 sessies met Tim Galloo op livestream 1: op 6, 13, 20, 27 mei en livestream 2: op 7, 14, 21, 28 mei
- Blz. 1Aanbevelingen
- Vak IVWedden, lonen, werkloosheidsuitkeringen, wettelijke uitkeringen bij ziekte of invaliditeit, vervangingskomsten en werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag
- Vak VIIInkomsten van kapitalen en roerende goederen
- Vak IX.IVlaams Gewest: Interesten en kapitaalaflossingen van leningen en schulden, premies van individuele levensverzekeringen en erfpacht- en opstalvergoedingen of gelijkaardige vergoedingen, die recht geven op een belastingvoordeel
- Vak IX.IWaals Gewest: Interesten en kapitaalaflossingen van leningen en schulden, premies van individuele levensverzekeringen en erfpacht- en opstalvergoedingen of gelijkaardige vergoedingen, die recht geven op een belastingvoordeel
- Vak IX.IBrussels Gewest: Interesten en kapitaalaflossingen van leningen en schulden, premies van individuele levensverzekeringen en erfpacht- en opstalvergoedingen of gelijkaardige vergoedingen, die recht geven op een belastingvoordeel
- Vak IX.IIFederaal: Interesten en kapitaalaflossingen van leningen en schulden, premies van individuele levensverzekeringen en erfpacht- en opstalvergoedingen of gelijkaardige vergoedingen, die recht geven op een belastingvoordeel
- Vak X.IGewestelijk: (Uitgaven die recht geven op) belastingverminderingen
- Vak X.IIFederaal: (Uitgaven die recht geven op) belastingverminderingen
- Vak XIIIRekeningen en individuele levensverzekeringen in het buitenland, juridische constructies, leningen aan startende kleine vennootschappen en als werkelijke beroepskosten afgetrokken vergoedingen voor de huur van onroerende goederen of voor de vestiging of overdracht van een zakelijk gebruiksrecht op onroerende goederen
- Vak XVIBezoldigingen van bedrijfsleiders
- Vak XIXVerrekenbare bestanddelen in verband met een zelfstandige beroepswerkzaamheid
Deel 1 van de aangifte personenbelasting 2025
Blz. 1- Aanbevelingen
Vermelding aanslagjaar 2024:
Vermelding aanslagjaar 2025:
De aanbevelingen (i.v.m. het invullen van de voorbereiding, het overbrengen van de gegevens naar de aangifte zelf, het bewaren van de voorbereiding, en info m.b.t. ontvangst van het aanslagbiljet,…) die traditiegetrouw op de eerste bladzijde zijn opgenomen, zijn niet meer vermeld.
Vak VI - Wedden, lonen, werkloosheidsuitkeringen, wettelijke uitkeringen bij ziekte of invaliditeit, vervangingskomsten en werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag
Rubriek A, 7 - Vergoedingen en voordelen voor woon-werkverkeer
Vermelding aanslagjaar 2024:
Vermelding aanslagjaar 2025:
De subrubriek A.7 ‘bijdragen in de verplaatsingskosten’ is geherformuleerd naar ‘vergoedingen en voordelen voor woon-werkverkeer’. Ook inhoudelijk zijn er wijzigingen te noteren. Daarvoor moet teruggegrepen worden naar de nieuwigheden d) en e) in vak 14 van de loonfiche 281.10.
VERPLAATSINGEN MET EEN RIJWIEL OF SPEED SPEDELEC
De werkgever dient in rubriek 14 d) het totale jaarbedrag te vermelden van de in 2024 toegekende vergoedingen voor verplaatsingen met een rijwiel, een (elektrisch aangedreven) gemotoriseerd rijwiel of een (elektrisch aangedreven) speed pedelec (zoals die begrippen omschreven zijn in de politiereglementering inzake het wegverkeer) ( van een ‘fiets’ dus, ongeacht eigen fiets van de werknemer of bedrijfsfiets) van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling waarvoor een specifieke vergoeding per km is toegekend. De werkgever heeft in die rubriek 14 d) die vergoeding tot 0,35 euro per km moeten beperken. Het overschrijdende gedeelte van die vergoedingen heeft de werkgever in vak 6, a), ‘Bezoldigingen’ (code 250 - dat deel is dan sowieso progressief belastbaar) moeten vermelden. Het bedrag dat de werkgever in vak 14, d) heeft vermeld, heeft hij dus niet mogen beperken tot het mogelijks vrijstellingsplafond van 3.500 euro (aj. 2025) dat van toepassing kan zijn.
Wat de belastingaangifte van de werknemer betreft, zal de kilometervergoeding vermeld bij nieuw punt d) van vak 14 van de fiche in eerste instantie mee worden vermeld in de aangifte (code 1254/2254), waarna de werknemer vervolgens zal moeten nagaan in welke mate dat bedrag kan worden vrijgesteld.
- Als de werknemer bij het invullen van zijn belastingaangifte toepassing maakt van het kostenforfait voor werknemers van art. 51, WIB 1992 wat de aftrek van zijn beroepskosten betreft, dan mag hij het bedrag genoteerd in 14 d) (verplaatsingen met een ‘fiets’) vrijstellen in code 1255/2255 ten belope van maximaal 3.500 euro. Op het 'overschrijdend gedeelte' kan de werknemer dan nog de 'algemene' vrijstelling in verband met de werkgeverstussenkomst in de kosten van het woon-werkverkeer dat wordt afgelegd met een 'ander vervoermiddel' dan het openbaar vervoer en het door de werkgever 'georganiseerd gemeenschappelijk vervoer' (vrijstelling bedoeld in art. 38, § 1, al. 1, 9°, c) WIB 1992) toepassen, door ook dat vrijgestelde deel te vermelden in de code 1255/2255. Deze vrijstelling bedraagt maximaal 490 euro voor aanslagjaar 2025.
- Als de werknemer bij het invullen van zijn belastingaangifte toepassing maakt van de aftrek van de werkelijk beroepskosten als werknemer, dan kan hij niets van het bedrag vermeld in 14 d) vrijstellen.
VOORDEEL ONTSTAAN UIT DE TERBESCHIKKINGSTELLING VAN EEN RIJWIEL OF EEN SPEED PEDELEC
De werkgever dient in rubriek 14 e) de werkelijke waarde van het voordeel te vermelden ontstaan uit de terbeschikkingstelling van een rijwiel of speed pedelec (*) nl. een rijwiel, een (elektrisch aangedreven) gemotoriseerd rijwiel of een (elektrisch aangedreven) speed pedelec, zoals die begrippen omschreven zijn in de politiereglementering inzake het wegverkeer. Kortom, de werkelijke waarde van het voordeel van de terbeschikkingstelling van een 'bedrijfsfiets' die daadwerkelijk wordt gebruikt door de werknemer voor de verplaatsingen van het woon-werkverkeer. Dat voordeel genoteerd in 14 e) wordt mee opgenomen in code 254 en dus overgenomen in de aangifte in de code 1254/2254. Als de werknemer bij het invullen van zijn belastingaangifte toepassing maakt van het kostenforfait voor werknemers van art. 51 WIB 1992 wat de aftrek van zijn beroepskosten betreft, dan mag hij het bedrag genoteerd in 14 e) (het voordeel ‘bedrijfsfiets’) vrijstellen door dat bedrag op te nemen in de code 1255/2255. Werknemers die in hun aangifte hun werkelijke beroepskosten (code 1258/2258) invullen, kunnen dus geen vrijstelling noteren in de code 1255/2225 en zullen wel effectief belast worden op dat voordeel.
Rubriek A, 11 - Voor vrijstelling in aanmerking komende bezoldigingen uit een flexi-job uitgeoefend door een niet-gepensioneerde
Nieuwe vermelding voor aanslagjaar 2025:
In vak IV. A. is een nieuwe rubriek 11 ingevoegd: het totale bedrag van de voor de vrijstelling in aanmerking komende bezoldigingen die in 2024 betaald of toegekend zijn in uitvoering van een flexi-jobarbeidsovereenkomst voor prestaties door een niet-gepensioneerde werknemer en die daadwerkelijk onderworpen zijn aan de bijzondere bijdrage van 28 %.
Deze invoeging heeft te maken met de begrenzing van de vrijstelling die de wetgever met ingang van aanslagjaar 2025 heeft ingevoerd voor zij die toegang hebben tot het flexi-jobstelsel omdat zij al een hoofdactiviteit van werknemer hebben: voor hen is de fiscale vrijstelling voor aj. 2025 beperkt tot 12.000 EUR per belastbaar tijdperk. Voor gepensioneerden is die beperking van de fiscale vrijstelling er niet.
De beoordeling of iemand als gepensioneerde of niet-gepensioneerde te beschouwen is, gebeurt op het moment van de prestatie (dus niet bij de betaling of toekenning).
Met het oog op een correcte toepassing van die vrijstelling moet elke schuldenaar zijn in 2024 betaalde of toegekende bezoldigingen (flexi-jobloon en flexi-jobvakantiegeld) in uitvoering van een flexi-jobarbeidsovereenkomst voor prestaties door de niet-gepensioneerde werknemer die daadwerkelijk onderworpen zijn aan de bijzondere bijdrage van 28 %, beperkt tot 12.000 EUR vermelden in het nieuwe vak 21 van de loonfiche 281.10 (nieuwe code 262). Het deel dat dit maximum overschrijdt, moet hij in vak 6, a) 'bezoldigingen' vermelden (code 250). Dat deel is dan sowieso progressief belastbaar.
Als een niet-gepensioneerde flexi-jobber in 2024 van meer dan één schuldenaar voor dergelijke voor de vrijstelling in aanmerking komende flexibezoldigingen krijgt (code 262) en het totale bedrag van die vergoedingen meer dan 12 000,00 euro bedraagt, zal echter het gedeelte boven 12 000,00 euro een 'normale' bezoldiging onderworpen aan de progressieve belastingtarieven vormen. De code 262 van de verschillende fiches dienen daarom door de niet-gepensioneerde flexi-jobber overgenomen te worden in de overeenstemmende code 1262-9664/2262-66 in de aangifte. De berekening van het belastbaar deel gebeurt dan automatisch bij opmaak van het aanslagbiljet.
Rubriek A, 12 - Voor vrijstelling in aanmerking komende vergoedingen vrijwillige brandweerlieden, vrijwillige ambulanciers en vrijwilligers van de Civiele Bescherming
Nieuwe vermelding voor aanslagjaar 2025:
In vak IV. A. is een nieuwe rubriek 12 ingevoegd: voor vrijstelling in aanmerking komende vergoedingen toegekend aan vrijwillige brandweerlieden, vrijwillige ambulanciers en vrijwilligers van de Civiele Bescherming. Deze invoeging is gebeurd om een correcte toepassing te kunnen maken van de fiscale vrijstelling van dergelijke vergoedingen ten belope van 7 310,00 euro (aj. 2025) (art. 38, § 1, eerste lid, 12° WIB 1992) ingeval diverse schuldenaars zulke vergoedingen toekennen.
Elke schuldenaar van dergelijke vergoedingen moet zijn in 2024 aan de belastingplichtige vrijwilliger toegekende vergoeding vermelden beperkt tot het maximumbedrag van de vrijstelling van 7 130,00 euro in het nieuwe vak 22 van de loonfiche 281.10 (nieuwe code 391). Het deel dat dit maximum overschrijdt, moet hij in vak 6, a) 'bezoldigingen' vermelden (code 250). Dat deel is dan sowieso progressief belastbaar.
Als een vrijwilliger in 2024 van meer dan één schuldenaar voor dergelijke voor de vrijstelling in aanmerking komende vergoedingen krijgt (code 391) en het totale bedrag van die vergoedingen meer dan 7 130,00 euro bedraagt, zal echter het gedeelte boven 7 130,00 euro een normale belastbare bezoldiging vormen die belastbaar is aan de progressieve tarieven. De code 391 van de verschillende fiches dienen daarom door de vrijwilliger overgenomen te worden in de overeenstemmende code 1391-64/2391-34 in de aangifte. De berekening van het overschrijdend gedeelte (dat belastbaar is aan de progressieve tarieven) gebeurt dan automatisch bij de opmaak van het aanslagbiljet.
Door invoegingen van subrubrieken 11 en 12, schuift alles twee rubrieken door.
Rubriek A, 13 - Vrijstelling in aanmerking komende vrijwillige overuren zonder overwerktoeslag
Vermelding aanslagjaar 2024:
Vermelding aanslagjaar 2025:
In rubriek A.13 (voorheen A.11) is een nieuwe subrubriek a) ingevoegd voor de toepassing van de vrijstelling van de bezoldigingen betaald of toegekend in 2024 zonder overwerktoeslag voor 120 bijkomende vrijwillige overuren gepresteerd in 2024 bij werkgevers in het kader van de relance (de zgn. 'relance-uren'). Die in principe vrijgestelde bezoldigingen moet u opnemen in de code 1368-87/2368-57. Ook het aantal in 2024 gepresteerde en in 2024 betaalde overuren die daarmee verband houden moet in die rubriek 13. a) worden vermeld. De codes 1368-87/2368-57 en 1369-86/2369-56 kan u invullen aan de hand van de codes 368 en 369 van de fiche 281.10. Dezelfde gegevens worden gevraagd bij bedrijfsleiders (7.a. van vak XVI).
De bepaling van de overschrijding van de 120 vrijwillige overuren (door tewerkstelling bij meerdere werkgevers) en de opname in de belastbare basis zal bij de berekening van de verschuldigde belasting geautomatiseerd gebeuren op basis van de gegevens in de aangifte van de belastingplichtige.
Het vrijstellingsregime voor bepaalde overuren gepresteerd in 2022 en/of tussen 01.07.2023 en 31.12.2023 zonder overwerktoeslag laat ook nog zijn sporen na in de aangifte van aj. 2025. De nog niet benutte vrijstelling voor overuren zonder overwerktoeslag gepresteerd in 2022 en/of tussen 01.07.2023 en 31.12.2023 die pas betaald zijn in 2024, wordt overgedragen naar de nieuwe aangifte en kan nog worden gevraagd in de rubrieken 13.c en b van vak IV of 7.c en b van vak XVI.
De codes 1381-74/2381-44 en 1382-73/2382-43 en 1378-77/2378-47 en 1379-76/2379-46, kan u invullen aan de hand van respectievelijk de codes 381 en 382, en de codes 378 en 379 van de fiche 281.10.
De berekening van de ‘overdracht’ van het resterende contigent van 2022 en contigent van 2023 gebeurt door de administratie aan de hand van de koppeling met de aangiftes PB van aanslagjaar 2023 en aanslagjaar 2024 bij de opmaak van het aanslagbiljet van aj. 2025.
Vermits de vrijstelling inzake overuren zonder overwerktoeslag beperkt is tot de bezoldigingen die uiterlijk op het einde van het tweede kalenderjaar volgend op het jaar waarin de overuren zijn gepresteerd, worden uitbetaald, is er geen overdracht meer van resterend contingent van 2021 mogelijk. Dit verklaart waarom de codes 1310-48/2310-18 en 1311-47/2311-17 (m.b.t. overuren van 2021) geschrapt zijn in de aangifte van aanslagjaar 2025.
Rubriek G - Overuren die recht geven op een belastingvermindering
Nieuwe vermelding voor aanslagjaar 2025:
In rubriek G. is in het vak 1 een nieuw punt b) ingevoegd inzake overuren die in aanmerking komen voor de begrenzing tot 280 uren (code 1238-23/2238-90).
Die invoeging is er om rekening te houden met overuren met overwerktoeslag (die tot aan een bepaald plafond recht geven op een belastingvermindering voor de werknemer) dat opgetrokken is tot 280 uren voor de werknemers tewerkgesteld bij werkgevers die hoofdzakelijk wegenwerken uitvoeren, met uitsluiting van het aanleggen van ondergrondse leidingen en kabels, of spoorwegwerken en voor wie de overheid oplegt om in het weekend, op feestdagen of 's nachts te werken. De regeling geldt voor het overwerk dat sinds 1 juni 2024 wordt gepresteerd. Op de loonfiche 281.10 staan deze overuren in code 238.
Rubriek K - Werkbonus
Nieuwe vermelding voor aanslagjaar 2025:
De rubriek K is opgesplitst in twee subrubrieken (K.1 en K.2) met invoeging van een nieuwe code 1360-95/2360-65 bij subrubriek K.2 om er rekening mee te houden dat de fiscale werkbonus (= het aanvullende belastingkrediet voor lage lonen) in bepaalde gevallen gelijk is aan 52,54 % van de toegekende 'sociale' werkbonus (art. 289ter/1 WIB 1992).
Vak VII - Inkomsten van kapitalen en roerende goederen
Rubriek D - Inkomsten uit auteursrechten, naburige rechten en wettelijke en verplichte licenties
Vermelding aanslagjaar 2024:
Vermelding aanslagjaar 2025:
Subrubriek D. bevat niet langer de inkomsten- en kostencodes van de overgangsregeling inzake de sinds 01.01.2023 nieuwe gunstige fiscale regeling inzake auteursrechten, naburige rechten en wettelijke en verplichte licenties.
Het (para)fiscaal gunstregime voor auteursrechten werd vanaf 01.01.2023 hervormd (Programmawet van 26 december 2022, BS 30 december 2022). Zowel het materiële (welke auteursrechtelijke beschermde werken komen nog in aanmerking?) als het personele (wie kan er nog gebruik van maken?) toepassingsgebied van deze fiscale gunstregeling werden vanaf 01.01.2023 beperkt.
Er werd een overgangsregeling tot 1 januari 2024 voorzien voor personen die vanaf 2023 uit de boot vielen voor de verdere toepassing van het nieuwe gunstregime. Het ging dan voornamelijk over werknemers in de IT-sector. Zij konden het fiscaal gunstregime voor auteursrechten voor inkomstenjaar 2023 nog 1 keer met aangepaste grenzen en kostenforfaits (die apart gecodeerd werden) genieten. Daar die overgangsregeling eindigt vanaf 1 januari 2024 zijn die aparte codes niet meer nodig en bijgevolg geschrapt.
Vak IX.1 - Vlaams Gewest: Interesten en kapitaalaflossingen van leningen en schulden, premies van individuele levensverzekeringen en erfpacht- en opstalvergoedingen of gelijkaardige vergoedingen, die recht geven op een belastingvoordeel
Rubriek 2, b) - Vlaamse woonbonus generatie 1 (2005-2014)
Vermelding aanslagjaar 2024:
Vermelding aanslagjaar 2025:
De Vlaamse woonbonus generatie 1 is enkel mogelijk voor leningen afgesloten tussen 01.01.2005 en 31.12.2014. De toeslag(en) boven op het basisbedrag is(zijn) enkel mogelijk in de eerste 10 jaar looptijd van de lening. Bijgevolg zijn de toeslagen Vlaamse woonbonus generatie 1 niet meer mogelijk. Vandaar dat de bijkomende vragen m.b.t. de toeslag(en) in de tienjarige periode geschrapt zijn.
Overzicht van de fiscale voordelen in het Vlaams Gewest
VLAAMS GEWEST | Leningen vóór 2015 | Leningen in 2015 | Leningen van 2016 tot 2019 | |||
Voordeel | Aangifte | Voordeel | Aangifte | Voordeel | Aangifte | |
Vlaamse Geïntegreerde woonbonus | - | - | - | - | 40% | 3334 3335 |
Vlaamse Woonbonus | marg.T. min. 30% |
3370 3371 |
40% | 3360 3361 |
- | - |
Belast(-) bijkomende interesten | marg.T. min. 30% |
3138 3139 |
- | - | - | - |
Belast(-) gewone interesten | marg.T. min. 30% |
3152 3146 |
40% | 3151 3150 |
- | - |
Belast(-) verrekening OV | 12,50% | 3146 | 12,50% | 3150 | - | - |
Belast(-) bouwsparen KAP | marg.T. min. 30% |
3355 3356 |
- | - | - | - |
Belast(-) bouwsparen LV | marg.T. min. 30% |
3351 3352 |
- | - | - | - |
Belast(-) langetermijnsparen KAP | 30% | 3358 | 30% | 3358 | - | - |
Belast(-) langetermijnsparen LV | 30% | 3353 3354 |
30% | 3353 3354 |
- | - |
Belast(-) erfpacht-, opstalvergoed. of gelijkaardige vergoedingen | marg.T. min. 30% |
3147 | 40% | 3143 | 40% | 3143 |
Vak IX.I – Waals Gewest: Interesten en kapitaalaflossingen van leningen en schulden, premies van individuele levensverzekeringen en erfpacht- en opstalvergoedingen of gelijkaardige vergoedingen, die recht geven op een belastingvoordeel
Rubriek 1 - Chèque habitat
De eerste onderverdeling is voorbehouden voor uitgaven die in aanmerking komen voor de chèque-habitat, met onderverdeling in leningen gesloten in 2024, en leningen gesloten van 2016 tot 2023.
Hypothecaire leningen afgesloten in 2024 en eraan gekoppelde schuldsaldoverzekeringen voor het aankopen of bouwen van de enige eigen woning, geven mogelijks recht op de chèque-habitat. De chèque-habitat is een terugbetaalbaar belastingkrediet in functie van inkomen en kinderlast, beperkt tot de werkelijk betaalde kapitaalaflossingen, interesten en premies. Merk op dat de kinderlast altijd wordt bepaald op basis van de gegevens ingevuld in vak II, onafhankelijk van de leningsdatum.
Opgelet! De codes 3338-57 en 4338-27 m.b.t. de kapitaalaflossingen en interesten en de codes 3359-56 en 4339-26 m.b.t. de verzekeringspremies die vorig jaar gebruikt werden voor de leningen afgesloten in 2023, zijn voor aanslagjaar 2025 verbonden aan leningen afgesloten in 2024.
Voor hypothecaire leningen afgesloten in 2023 die voor 2024 in aanmerking komen voor chèque-habitat moeten
- de codes 3324-71 en 4324-41 voor de kapitaalaflossingen en interesten
- de codes 3325-70 en 4325-40 voor de verzekeringspremies
gebruikt worden. Tevens dient de vraag beantwoord te worden of de woning waarvoor die lening is aangegaan, op 31.12.2024 nog altijd de enige woning is van de belastingplichtige. Wanneer dat niet het geval is, wordt het belastingkrediet gehalveerd.
Opgelet: Heeft u in 2023 een lening chèque-habitat afgesloten en de uitgaven ingevuld in de codes 3338-57, 4338-27 en/of 3339-56, 4339-26, dan mag u niet dezelfde codes gebruiken als vorig jaar! U moet de uitgaven voor AJ 2025 opnemen in de codes 3324-71,4324-41 en/of 3325-70, 4325-40.
Rubriek 2, b) - Waalse woonbonus generatie 1 (2005-2014).
Vermelding aanslagjaar 2024:
Vermelding aanslagjaar 2025:
De Waalse woonbonus generatie 1 is enkel mogelijk voor leningen afgesloten tussen 01.01.2005 en 31.12.2014. De toeslagen boven op het basisbedrag zijn enkel mogelijk in de eerste 10 jaar looptijd van de lening. Bijgevolg is(zijn) toeslag(en) Waalse woonbonus generatie 1 niet meer mogelijk. Vandaar dat de bijkomende vragen m.b.t. de toeslag(en) in de tienjarige periode geschrapt zijn.
Overzicht van de fiscale voordelen in het Waals Gewest
WAALS GEWEST | Leningen vóór 2015 | Leningen in 2015 | Leningen vanaf 2016 | |||
Voordeel | Aangifte | Voordeel | Aangifte | Voordeel | Aangifte | |
Waalse chèque habitat | - | - | - | - | ||
- lening van 2024 (1): | - | - | - | - | krediet | 3338 3339 |
- lening van 2016 tot 2023: | - | - | - | - | krediet | 3324 3325 |
Waalse Woonbonus | marg.T. min. 30% |
3370 3371 |
40% | 3360 3361 |
40% | 3360 (2) 3361 (2) |
Belast(-) bijkomende interesten nieuwbouw | marg.T. min. 30% |
3138 | 40% | 3133 | 40% | 3133 (*) |
Belast(-) bijkomende interesten verbouwing | marg.T. min. 30% |
3139 | 40% | 3134 | - | - |
Belast(-) gewone interesten | marg.T. min. 30% |
3152 3146 |
- | - | - | - |
Belast(-) verrekening OV | 12,50% | 3146 | 12,50% | 3150 | 12,50% | 3150 (2) |
Belast(-) bouwsparen KAP | marg.T. min. 30% |
3355 3356 |
40% | 3359 | 40% | 3359 (2) |
Belast(-) bouwsparen LV | marg.T. min. 30% |
3351 3352 |
40% | 3350 | 40% | 3350 (2) |
Belast(-) langetermijnsparen KAP | 30% | 3358 | 30% | 3358 | 30% | 3358 (2) |
Belast(-) langetermijnsparen LV | 30% | 3353 3354 |
30% | 3353 | 30% | 3353 (2) |
Belast(-) erfpacht-, opstalvergoed. of gelijkaardige vergoedingen | marg.T. min. 30% |
3147 | 40% | 3143 | - | - |
(1)Niet meer mogelijk voor leningen afgesloten vanaf 2025
(2)In theorie enkel mogelijk in een specifieke overgangsregeling
Vak IX.I – Brussels Gewest: Interesten en kapitaalaflossingen van leningen en schulden, premies van individuele levensverzekeringen en erfpacht- en opstalvergoedingen of gelijkaardige vergoedingen, die recht geven op een belastingvoordeel
Rubriek 1, b) - Brusselse woonbonus generatie 1 (2005-2014)
Vermelding aanslagjaar 2024:
Vermelding aanslagjaar 2025:
De Brusselse woonbonus generatie 1 is enkel mogelijk voor leningen afgesloten tussen 01.01.2005 en 31.12.2014. De toeslag(en) boven op het basisbedrag is(zijn) enkel mogelijk in de eerste 10 jaar looptijd van de lening. Bijgevolg zijn toeslagen Brusselse woonbonus generatie 1 niet meer mogelijk. Vandaar dat de bijkomende vragen m.b.t. de toeslag(en) in de tienjarige periode geschrapt zijn.
Overzicht van de fiscale voordelen in het Brussels Gewest
BRUSSELS GEWEST | Leningen vóór 2015 | Leningen in 2015 en 2016 | ||
Voordeel | Aangifte | Voordeel | Aangifte | |
Brusselse Woonbonus | marg.T. min. 30% |
3370 3371 |
45% | 3360 3361 |
Belast(-) bijkomende interesten nieuwbouw | marg.T. min. 30% |
3138 | 45% | 3133 |
Belast(-) bijkomende interesten verbouwing | marg.T. min. 30% |
3139 | 45% | 3134 |
Belast(-) gewone interesten | marg.T. min. 30% |
3152 3146 |
- | - |
Belast(-) verrekening OV | 12,50% | 3146 | 12,50% | 3150 |
Belast(-) bouwsparen KAP | marg.T. min. 30% |
3355 3356 |
45% | 3359 |
Belast(-) bouwsparen LV | marg.T. min. 30% |
3351 3352 |
45% | 3350 |
Belast(-) langetermijnsparen KAP | 30% | 3358 | 30% | 3358 |
Belast(-) langetermijnsparen LV | 30% | 3353 3354 |
30% | 3353 |
Belast(-) erfpacht-, opstalvergoed. of gelijkaardige vergoedingen | marg.T. min. 30% |
3147 | 45% | 3143 |
Vak IX.II – Federaal: Interesten en kapitaalaflossingen van leningen en schulden, premies van individuele levensverzekeringen en erfpacht- en opstalvergoedingen of gelijkaardige vergoedingen, die recht geven op een belastingvoordeel
Vermelding aanslagjaar 2025:
De programmawet van 26 december 2022 (BS 30.12.2022) heeft het fiscaal voordeel van de federale belastingvermindering voor het langetermijnsparen afgeschaft voor kapitaalaflossingen van hypothecaire leningen die vanaf 1 januari 2024 worden afgesloten. Vandaar dat in de code 1358/2358 expliciet wordt vermeld: leningen afgesloten tot 2023.
Vak X.I – Gewestelijk: (Uitgaven die recht geven op) belastingverminderingen
In de Vlaamse en Waalse versies van de aangifte, valt een precisering te noteren in de formulering van de uitgaven die voor aanslagjaar 2025 in aanmerking komen voor de belastingvermindering die, gespreid over maximaal negen opeenvolgende belastbare tijdperken, werd of wordt toegekend i.v.m. de uitgaven die een belastingplichtige verricht voor de vernieuwing van een woning die hij via een sociaal verhuurkantoor verhuurt. In het Brussels Gewest is deze belastingvermindering geschrapt.
Vlaams Gewest - Rubriek E - Vernieuwing van een woning verhuurd via een sociaal verhuurkantoor
Vermelding aanslagjaar 2024:
Vermelding aanslagjaar 2025:
Het Vlaamse Gewest heeft de regeling geschrapt vanaf 1 januari 2019. Voor uitgaven die werkelijk werden betaald uiterlijk 31 december 2018, bleef de regeling wel gelden, inclusief de spreiding van het belastingvoordeel over negen belastbare tijdperken. Daarmee rekening houdend, preciseert subrubriek X.I, C (Vlaamse versie) van de aangifte aanslagjaar 2025 dat het gaat om de uitgaven gedaan van '2016 tot 2018’.
Waals Gewest - Rubriek E - Vernieuwing van een woning verhuurd via een sociaal verhuurkantoor
Vermelding aanslagjaar 2024:
Vermelding aanslagjaar 2025:
In het Waals Gewest bestaat de belastingvermindering nog altijd. Gelet op de spreiding van de vermindering over negen belastbare tijdperken, preciseert de aangifte voor aanslagjaar 2025 dat het gaat om de uitgaven gedaan 'vanaf 2016'.
Brussels Gewest - Rubriek E - Vernieuwing van een woning verhuurd via een sociaal verhuurkantoor
Vermelding aanslagjaar 2024:
Het Brussels Gewest heeft deze belastingvermindering geschrapt met ingang van aanslagjaar 2017, met een overgangsregeling voor de uitgaven gedaan vóór 1 januari 2016. Gelet op de voormelde spreiding over 'negen opeenvolgende belastbare tijdperken', komt de subrubriek X.I, C (Brusselse versie) in de aangifte aanslagjaar 2025 niet meer voor omdat de belastingvoordelen ten einde zijn gekomen in 2023.
Vak X.II – Federaal: (Uitgaven die recht geven op) belastingverminderingen
Rubriek I - Overgedragen belastingvermindering voor in 2021 gedane betalingen voor het verwerven van nieuwe aandelen van ondernemingen die hun omzet sterk hebben zien dalen door de Covid-19-pandemie
Vermelding aanslagjaar 2024:
Vermelding aanslagjaar 2025:
De eerste subrubriek “Overgedragen belastingvermindering voor betalingen gedaan in 2020 voor het verwerven van nieuwe aandelen in het kader van de tijdelijke Corona tax shelter omzetverlies” met de bijhorende codes 1345-13/ 2345-80 zijn geschrapt omdat er in inkomstenjaar 2024 geen dergelijke overgedragen verminderingen meer kunnen zijn.
Aan de particulier werd onder een aantal voorwaarden een federale belastingvermindering van 20% verleend in 2020 voor de betalingen voor nieuwe aandelen op zijn naam verworven, tegen inbrengen in geld, die een fractie vertegenwoordigen van het kapitaal van een kleine vennootschap waarvan de omzet voor de periode van 14 maart 2020 tot 30 april 2020 met minstens 30% gedaald was ten opzichte van dezelfde periode van 2019 en waarop de belastingplichtige rechtstreeks heeft ingeschreven naar aanleiding van een kapitaalverhoging tussen 14 maart 2020 en 31 december 2020 en die hij uiterlijk op 31 december 2020 volledig volstort heeft (art. 15 van Corona-Wet III van 15 juli 2020, BS 23.07.2020).
De belastingvermindering die niet of niet volledig kon worden genoten voor inkomstenjaar 2020 (door gebrek aan voldoende verschuldigde belasting) werd achtereenvolgens overgedragen naar elk van de drie belastbare tijdperken volgend op het belastbare tijdperk waarvoor de belastingvermindering wordt toegekend. Inkomstenjaar 2023 was dus het laatste jaar waarin die overgedragen vermindering kon worden genuttigd.
Vak XIII – Rekeningen en individuele levensverzekeringen in het buitenland, juridische constructies, leningen aan startende kleine vennootschappen en als werkelijke beroepskosten afgetrokken vergoedingen voor de huur van onroerende goederen of voor de vestiging of overdracht van een zakelijk gebruiksrecht op onroerende goederen
Rubriek E - Als werkelijke beroepskosten afgetrokken vergoedingen voor de huur van onroerende goederen of voor de vestiging of overdracht van een zakelijk gebruiksrecht op onroerende goederen
Vermelding aanslagjaar 2025:
Deze subrubriek XIII.E. heeft te maken met de meldplicht die sinds aanslagjaar 2024 is ingevoerd als u huurvergoedingen (huurprijs en huurvoordelen) voor één of meer onroerende goederen en/of vergoedingen (inclusief voordelen) voor de vestiging of overdracht van een zakelijk gebruiksrecht (erfpacht, opstal, vruchtgebruik, erfdienstbaarheid, enz.) op één of meer onroerende goederen betaald hebt in 2024, die u geheel of gedeeltelijk als werkelijke beroepskosten in 2024 hebt ingebracht (nieuw art. 307, § 2/2 WIB 92).
Hebt u dus in deze aangifte (deel 1 of deel 2) werkelijke beroepskosten vermeld waarin vergoedingen zijn begrepen voor:
- de huur van één of meer onroerende goederen of
- de vestiging of overdracht van een zakelijk gebruiksrecht (erfpacht, opstal, vruchtgebruik, erfdienstbaarheid, enz.) op één of meer onroerende goederen,
en
beschikt u voor één of meer van die vergoedingen niet over een volgens de toepasselijke btw-reglementering opgesteld(e) factuur of document in de plaats ervan voor de levering van met die vergoedingen verbonden goederen of diensten door een belastingplichtige gevestigd op het grondgebied van de Gemeenschap in de zin van het Wetboek van de btw, in Noorwegen, IJsland of Liechtenstein,
dan moet u:
- de code 1072-92/2072-62 aankruisen én
- per onroerend goed waarvoor u niet over zo’n factuur of document beschikt, een bijlage 270 MLH met aanvullende inlichtingen bij uw aangifte voegen. Die bijlage 270 MLH maakt dan integrerend deel uit van de aangifte PB (artikel 307, § 3, WIB92).
Zoniet, zijn die vergoedingen niet als beroepskosten aftrekbaar.
In de aangifte wordt nu een tweede uitzondering van vrijstelling van meldplicht expliciet vermeld: de meldplicht geldt ook niet voor onroerende goederen die u huurt volgens de pachtwetgeving (of een vergelijkbaar buitenlands recht dat de pachtprijzen beperkt) en gebruikt voor land- of tuinbouw. Met de wet houdende diverse fiscale bepalingen van 12 mei 2024 (BS 29.05.2024) werd inderdaad, een tweede uitzondering ingevoerd (naast de uitzondering voor ‘gefactureerde huur’). Merk op dat die vrijstelling enkel geldt voor land- en tuinbouwers die de door de pachtprijscommissies vastgestelde pachtprijscoëfficiënten respecteren en dus geen te hoge pachtprijzen betalen. Is dat wel het geval, dan moet de bijlage 270 MLH alsnog worden toegevoegd.
Deel 2 van de aangifte personenbelasting 2025
Vak XVI – Bezoldigingen van bedrijfsleiders
Rubriek 5 - Vergoedingen en voordelen in het kader van het fietsplan
Vermelding aanslagjaar 2025:
De subrubriek 5. ‘vergoedingen en voordelen in het kader van het fietsplan’ is ingevoegd met twee nieuwe codes 1432-23/2432-90 en 1433-22/2433-89.
Dit is naar analogie met de uitbreiding in vak IV bij de codes 1254/2254 en 1255/2255.
De vrijstellingsregelingen inzake de 'fietskilometervergoeding' en inzake ‘het voordeel van de bedrijfsfiets’ gelden immers ook voor bedrijfsleiders (met arbeidsovereenkomst of zelfstandig).
Laat ons ook hier eens teruggrijpen naar de nieuwigheden a) en b) in vak 11 van de loonfiche 281.20.
VERPLAATSINGEN MET EEN RIJWIEL OF SPEED PEDELEC
De vennootschap (werkgever) dient in rubriek 11 a) het totale jaarbedrag te vermelden van de in 2024 aan de bedrijfsleider toegekende vergoedingen voor verplaatsingen met een rijwiel, een (elektrisch aangedreven) gemotoriseerd rijwiel of een (elektrisch aangedreven) speed pedelec (zoals die begrippen omschreven zijn in de politiereglementering inzake het wegverkeer) ( van een ‘fiets’ dus, ongeacht eigen fiets van de bedrijfsleider of bedrijfsfiets) van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling waarvoor een specifieke vergoeding per km is toegekend. De vennootschap heeft in die rubriek 11 a) die vergoeding tot 0,35 euro per km moeten beperken. Het overschrijdende gedeelte van die vergoedingen heeft de werkgever in vak 6, b), ‘Andere bezoldigingen’ (code 400 ; dat deel is dan sowieso progressief belastbaar) moeten vermelden. Het bedrag dat de vennootschap in vak 11, a) heeft vermeld, heeft zij dus niet mogen beperken tot het mogelijks vrijstellingsplafond van 3.500 euro (aj. 2025) dat van toepassing kan zijn.
Wat de belastingaangifte van de bedrijfsleider betreft, zal de kilometervergoeding vermeld bij nieuw punt a) van vak 11 van de fiche in eerste instantie mee worden vermeld in de aangifte (code 1432/2432), waarna de bedrijfsleider vervolgens zal moeten nagaan in welke mate dat bedrag kan worden vrijgesteld.
- Als de bedrijfsleider bij het invullen van zijn belastingaangifte toepassing maakt van het kostenforfait voor bedrijfsleiders van art. 51 WIB 1992 wat de aftrek van zijn beroepskosten betreft, dan mag hij het bedrag genoteerd in 11 a) (verplaatsingen met een ‘fiets’) vrijstellen in code 1433/2433 ten belope van maximaal 3.500 euro. Het 'overschrijdend gedeelte' wordt dan beschouwd als een normale bezoldiging die progressief belastbaar is. Hier kan voor het overschrijdend gedeelte niet de 'algemene' vrijstelling in verband met de werkgeverstussenkomst in de kosten van het woon-werkverkeer dat wordt afgelegd met een 'ander vervoermiddel' dan het openbaar vervoer en het door de werkgever 'georganiseerd gemeenschappelijk vervoer' (bedoeld in art. 38, § 1, al. 1, 9°, c) WIB 1992) toegepast worden. Deze regeling is uitsluitend van toepassing op 'werknemers' (art. 38, § 1, al. 1, 9° aanhef WIB 1992 en Com. IB 92, nr. 38/13).
- Als de bedrijfsleider bij het invullen van zijn belastingaangifte toepassing maakt van de aftrek van de werkelijk beroepskosten als bedrijfsleider, dan kan hij niets van het bedrag vermeld in 11 a) vrijstellen.
VOORDEEL ONTSTAAN UIT DE TERBESCHIKKINGSTELLING VAN EEN RIJWIEL OF SPEED PEDELEC
De vennootschap (werkgever) dient in rubriek 11 b) de werkelijke waarde van het voordeel te vermelden ontstaan uit de terbeschikkingstelling van een rijwiel of speed pedelec (*) nl. een rijwiel, een (elektrisch aangedreven) gemotoriseerd rijwiel of een (elektrisch aangedreven) speed pedelec, zoals die begrippen omschreven zijn in de politiereglementering inzake het wegverkeer. Kortom, de werkelijke waarde van het voordeel van de terbeschikkingstelling van een 'bedrijfsfiets' die daadwerkelijk wordt gebruikt door de bedrijfsleider voor de verplaatsingen van het woon-werkverkeer. Dat voordeel genoteerd in 11 b) wordt mee opgenomen in code 432 en dus overgenomen in de aangifte in de code 1432/2432.
Als de bedrijfsleider bij het invullen van zijn belastingaangifte toepassing maakt van het kostenforfait voor bedrijfsleiders van art. 51 WIB 1992 wat de aftrek van zijn beroepskosten betreft, dan mag hij het bedrag genoteerd in 11 b) (het voordeel ‘bedrijfsfiets’) vrijstellen door dat bedrag op te nemen in de code 1433/2433. Bedrijfsleiders die in hun aangifte hun werkelijke beroepskosten (code 1406/24068) invullen, kunnen dus geen vrijstelling noteren in de code 1433/2433 en zullen wel effectief belast worden op dat voordeel.
(*)In de circulaire 2024/C/22 van 28 maart 2024 heeft de Administratie methoden aangereikt van hoe de 'werkelijke waarde' van het voordeel i.v.m. bedrijfsfietsen zou kunnen bepaald worden.
Rubriek 7 - Voor vrijstelling in aanmerking komende bezoldigingen voor vrijwillige overuren
Vermelding aanslagjaar 2024:
Vermelding aanslagjaar 2025:
In Vak XVI is, in navolging van wat ook gebeurd is in vak IV, in rubriek 7 een subrubriek a) ingevoegd om de van belasting vrijgestelde bezoldigingen betaald of toegekend in 2024 met betrekking tot maximaal 120 'extra' vrijwillige overuren die zijn gepresteerd bij de werkgevers in de relance (de zgn. 'relance-uren') op te nemen. Ook het aantal gepresteerde en in 2024 betaalde overuren moet in dit vak worden vermeld. De nieuwe codes 1438-17/2438-84 en 1439-16/2439-83 kan u invullen aan de hand van de codes 438 en 439 van de fiche 281.20.
Het vrijstellingsregime voor bepaalde overuren gepresteerd van 01.07.2023 tot en met 31.12.2023 en/of 2022 zonder overwerktoeslag laat ook nog zijn sporen na in de aangifte van aj. 2025, naar analogie met vak IV. De nog niet benutte vrijstelling voor overuren zonder overwerktoeslag gepresteerd van 01.07.2023 tot en met 31.12.2023 en/of 2022 die pas betaald zijn in 2024, wordt overgedragen naar de nieuwe aangifte en kan nog worden gevraagd in de rubrieken 7.c en b van vak XVI.
Wat bedrijfsleiders betreft kan het in deze subrubriek XVI.7 enkel gaan om belastingplichtigen die bij een geviseerde werkgever twee van mekaar onderscheiden werkzaamheden uitoefenen, bv. als werknemer en als zelfstandig bestuurder. Als de belastingplichtige dan in zijn hoedanigheid van werknemer bv. vrijwillige overuren presteert die in aanmerking komen voor de vrijstellingsregeling, zijn de bezoldigingen die hij als werknemer verkrijgt door toepassing van het attractiebeginsel belastbaar als bezoldigingen van bedrijfsleider. De bezoldigingen van bedrijfsleider die werden verkregen naar aanleiding van een werkzaamheid als zelfstandig bedrijfsleider kunnen immers niet in aanmerking komen voor de vrijstelling.
Rubriek 16 - Bezoldigingen van bedrijfsleiders tewerkgesteld in dienstverband, als zelfstandige in bijberoep of als student-zelfstandige
Vermelding aanslagjaar 2024:
Vermelding aanslagjaar 2025:
De bezoldigingen van bedrijfsleiders tewerkgesteld in dienstverband, als zelfstandige in bijberoep of als student-zelfstandige zijn opgesplitst in twee subrubrieken:
- de bezoldigingen (zoals vermeld in code 400 en 401 van de loonfiche 281.20) in de mate dat zij "uitsluitend betrekking hebben op prestaties uitgeoefend in het kader van een arbeidsovereenkomst door een bedrijfsleider, als zelfstandige in bijberoep of als student-zelfstandige” én
- (de nieuwe subrubriek) tussenkomst in de woon-werkverplaatsingen en het voordeel i.v.m. een bedrijfsfiets (zoals vermeld in de nieuwe code 432 van de loonfiche 281.20) in de mate dat zij "uitsluitend betrekking hebben op prestaties uitgeoefend in het kader van een arbeidsovereenkomst door een bedrijfsleider, als zelfstandige in bijberoep of als student-zelfstandige".
In de aangifte personenbelasting moeten de bedragen ingevuld in de codes 411 en 420, dan overgenomen worden in de codes 1411-44/2411-14 en 1420-35/2420-05.
Deze bezoldigingen zijn namelijk uitdrukkelijk uitgesloten om in aanmerking te komen voor het 'belastingkrediet voor lage activiteitsinkomsten' (art. 289ter WIB 1992). Dat belastingkrediet wordt geautomatiseerd berekend bij de opmaak van het aanslagbiljet. Om die reden wordt er een aparte vermelding op de aangifte gevraagd.
Rubriek 17 - Werkbonus
Nieuwe vermelding voor aanslagjaar 2025:
In Vak XVI is, in navolging van wat ook gebeurd is in vak IV.K, subrubriek 17 opgesplitst in twee subrubrieken ( a) en b) ) met invoeging van een nieuwe code 1430-25/2430-92 bij subrubriek 17 b) om er rekening mee te houden dat de ‘fiscale’ werkbonus (= het aanvullende belastingkrediet voor lage lonen) in bepaalde gevallen gelijk is aan 52,54 % van de toegekende 'sociale' werkbonus (art. 289ter/1 WIB 1992).
Alleen bedrijfsleiders die onderworpen zijn aan het sociale statuut van werknemers kunnen genieten van een ‘sociale’ en ‘fiscale’ werkbonus.
Vak XIX – Verrekenbare bestanddelen in verband met een zelfstandige beroepswerkzaamheid
In rubriek XIX. zijn er 3 subrubrieken bijgekomen:
- XIX. 6 - Belastingkrediet voor de facultatieve verhoging van de kilometervergoeding
- XIX. 7 - Belastingkrediet voor uitgevers van papieren publicaties
- XIX. 8 - Belastingkrediet voor de verhoging van de tussenkomst van de werkgever in een treinabonnement
Rubriek 6 - Belastingkrediet voor de facultatieve verhoging van de fietskilometervergoeding
Nieuwe vermelding voor aanslagjaar 2025:
Om werkgevers aan te moedigen om de fietsvergoeding vanaf 1 januari 2024 vrijwillig op te trekken wordt een tijdelijk verrekenbaar en terugbetaalbaar belastingkrediet ingevoerd ten bate van werkgevers voor fietsvergoedingen die vrijwillig zijn verhoogd naar aanleiding van woonwerkverplaatsingen die werden gemaakt gedurende de periode van 1 januari 2024 tot eind 2026 en ten laatste op 31 december 2027 werden toegekend (art. 17 tot 22 Wet houdende diverse fiscale bepalingen van 22.12.2023, BS 29.12.2023 met erratum BS 11.01.2024, en KB van 21.03.2024, BS 29.03.2024).
De berekening van dat facultatief belastingkrediet is vrij complex aangezien het belastingkrediet niet wordt verleend voor het gedeelte van de verhoging waarvan kan worden aangenomen dat het louter gaat om een indexering van de fietsvergoeding. Om bovendien geen bovenmatige steun toe te kennen, wordt gerekend op basis van een minimale referentiefietskilometervergoeding.
Het bedrag van het belastingkrediet voor de facultatieve verhoging van de fietskilometervergoeding is gelijk aan de facultatieve verhoging van de fietskilometervergoeding vermenigvuldigd met het aantal woon-werkkilometers waarvoor de fietskilometervergoeding is toegekend.
De facultatieve verhoging van de fietskilometervergoeding is het positieve verschil tussen:
- de fietskilometervergoeding die de werkgever toekent voor de verplaatsingen op een bepaald tijdstip;
- en de geïndexeerde referentiefietskilometervergoeding (= vergoeding toegekend op 1 juni 2023) met een minimum van 0,18 euro, beiden nog te indexeren.
Voor verplaatsingen van 2024: te indexeren met × 1,9484 (AJ 2025) / 1,8724 (AJ 2024) en af te ronden op de eurocent.
Dat positief verschil wordt bovendien beperkt tot 0,05 euro per kilometer.
Het in 2024 verrekenbare belastingkrediet voor de vrijwillige verhoging van de fietskilometervergoeding moet in de aangifte van vak XIX ingevuld worden in code 1762-81/2762-51.
De verhoging van de vrijwillige fietsvergoeding waarvoor een belastingkrediet wordt verleend, is niet aftrekbaar als beroepskost
Rubriek 7 - Belastingkrediet voor uitgevers van papieren publicaties
Nieuwe vermelding voor aanslagjaar 2025:
Met de B-postconcessie werden kranten en tijdschriften die vervat zitten in een abonnementsformule, aan een voor de uitgever verlaagd tarief aan huis geleverd bij de abonnee. Als tegemoetkoming voor het wegvallen van de B-postconcessie sinds 1 juli 2024 kunnen eenmanszaken (onderworpen aan de personenbelasting) die uitgever zijn van papieren publicaties genieten van een verrekenbaar en terugbetaalbaar belastingkrediet ten belope van de behoorlijk verantwoorde bijkomende verdeelkosten die zij ten laste nemen van 01.07.2024 tot en met 2026 ( art. 47, 49, 52 - 55 van de Wet houdende diverse fiscale bepalingen van 12 mei 2024 (BS 29.05.2024) en Circulaire nr. 2024/C/69 over het belastingstelsel voor de verdeling van papieren publicaties dd. 04.11.2024).
Het belastingkrediet geldt enkel voor leveringen bij de abonnee. Verdeling naar de dagbladhandelaars of andere distributieketens valt dus buiten de gunstmaatregel.
De bijkomende verdeelkostprijs waarvoor een belastingkrediet wordt verleend, is niet als beroepskost aftrekbaar.
De uitgever (eenmanszaak) moet het belastingkrediet aanvragen in zijn aangifte in de personenbelasting met betrekking tot het belastbaar tijdperk waarin die bijkomende verdeelkostprijs in aanmerking had kunnen komen om als beroepskost te worden afgetrokken als de niet-aftrekbaarheid ervan niet was ingevoerd.
Vanaf aj. 2025 is voor de aanvraag van het belastingkrediet voor uitgevers van papieren publicaties (onderworpen aan de PB) de specifieke code 1763-80/ 2763-50 voorzien om het berekende belastingkrediet in te vermelden.
Rubriek 8 - Belastingkrediet voor de verhoging van de tussenkomst van de werkgever in een treinabonnement
Nieuwe vermelding voor aanslagjaar 2025:
Vanaf aanslagjaar 2025 kunnen werkgevers die hun tussenkomst verhogen in het treinabonnement van hun werknemers gebruikt voor woon-werkverkeer genieten van een verrekenbaar en terugbetaalbaarbelastingkrediet.
Het belastingkrediet is van toepassing voor werkgevers in de privésector (onderworpen aan de PB):
- die nog geen 80 % bijpassen (nog niet onder de derdebetalingsregeling vallen)
- die hun tussenkomst in een treinabonnement woon-werkverkeer permanent verhogen naar minstens 79,3 % via CAO, arbeids-reglement of individuele arbeidsovereenkomst en zonder beperking in de tijd.
Het belastingkrediet geldt enkel voor de verhoogde werkgeverstussenkomst in een treinabonnement woon-werkverkeer.
Berekening van het belastingkrediet:
(het bedrag van de tussenkomst van de werkgever die in het betrokken belastbare tijdperk is betaald of toegekend, gedeeld door de verhoogde werkgeverstussenkomst (1))
× het verhogingspercentage.
waarbij het verhogingspercentage maximaal 7,5% bedraagt en gelijk is aan het positieve verschil tussen:
- de verhoogde werkgeverstussenkomst (1)
- en de referentiewerkgeverstussenkomst (2) die minimaal 59,57% bedraagt. De verhoging tot 59,57 % geeft géén aanleiding tot een belastingkrediet.
(1)de verhoogde werkgeverstussenkomst = het op de hogere of lagere tweede decimaal afgeronde percentage dat de verhouding weergeeft tussen enerzijds de tussenkomst in een treinabonnement opgelegd in een CAO, reglement of overeenkomst op datum van betaling of toekenning van de tussenkomst en anderzijds de prijs van een referentie-abonnement (= treinjaarabonnement in tweede klasse) voor dezelfde afstand op datum van betaling of toekenning van de tussenkomst.
(2)de referentiewerkgeverstussenkomst = het op de hogere of lagere tweede decimaal afgeronde percentage dat de verhouding weergeeft tussen enerzijds de tussenkomst in een referentie-abonnement (= treinjaarabonnement in tweede klasse) opgelegd in een CAO, reglement of overeenkomst op 31 december 2023 en anderzijds de prijs van een referentie-abonnement op 31 december 2023. Voor nieuwe werkgevers die op 31 december 2023 nog geen tussenkomst verschuldigd waren, kan rekening worden gehouden met de tussenkomst die ze op basis van de NAR-cao of de cao van het paritair comité waaronder ze ressorteren, zouden verschuldigd geweest zijn op 31 december 2023.
De tussenkomst van de werkgever in een treinabonnement is ten belope van het bedrag van het belastingkrediet dat voor die tussenkomst wordt verleend, niet als beroepskost aftrekbaar.
De eenmanszaak (werkgever) moet het belastingkrediet aanvragen in zijn aangifte in de code 1764-79/2764-49.
Seminaries aangifte aj 2025
- Meer info op ons dagseminarie aangifte personenbelasting en vennootschapsbelasting aj 2025 met Sophie Hugelier en Wim Van Kerchove op 29 april en 5, 6, 8 (volzet), 9, 12, 13, 16, 19 mei
- Meer info op onze livestream Aangifte personenbelasting Aj 2025 met Sophie Hugelier en Wim Van Kerchove op 28 april en 7, 15, 22 mei en 5 juni
- Meer info op onze grondige opfrissing personenbelasting AJ 2025 in 4 sessies met Tim Galloo op livestream 1: op 6, 13, 20, 27 mei en livestream 2: op 7, 14, 21, 28 mei